Schijnbaar achteloos laat hij de tonen tuimelen
als de druppels van een koele waterval,
even helder en snel,
dan weer maakt hij de diepste klanken, zo groot
dat ze nooit in de vleugel hebben gepast
en iedere noot die hij speelt, swingt.
Zelfs Bach en Mozart,
waar ik op de piano niet zo gek van ben,
swingen in zijn handen.
En met de Waldheim-sonate,
waar ik wèl gek van ben,
ga ik compleet door het dak . . .
Magie, inderdaad.